Vliegen

Di Storia Opvliegend plastic Soli

Kijk, daar. Hoog. Iets lager. Hoger. Wat zie je? Is het een vogel? Is het een vliegtuig, van papier? Nee, dat is het niet. Het is een plastic zakje dat zich opblaast in de wind. En iets dat zich vult aan de lucht en waar de wind mee speelt, kan niet neerkomen als een vodje in een vuile hoek van de straat. Het moet verder vliegen, dansen, warrelen boven straten, boven water. Hoger en lager. Om een mens te verbazen.

 

De ontmoeting

Het was alsof er een dode hoek –zonder angst voor botsingen, waaraan gewoon voorbijgelopen werd, voor hem was opgezet. De enkeling die hem wel zag, omzeilde door te blijven staan en liet de kolos langs denderen.
Ik had hem niet herkend. Aan hetzelfde vlees en bloed was elke gelijkenis bezweken.
Hij hield mij staande door voor me te gaan staan; noemde mijn naam zoals vroeger. De grond nagelde me vast terwijl ik koortsachtig naar bekende trekken zocht. Omdat ik wist wie hij was maar het niet zag.
Ooit was hij te zwaar voor mijn lamme kinderarmen en gutste de zure lucht van opgeboerde babymelk op mijn smalle schouders. In de voorjaarslucht van nu kroop de geur van drank die waterig blauw en rood dooraderd in zijn ogen stond gebrand en die zijn gezichtshuid paars had opgezwollen.
We hadden ons uit het nest laten vallen, hij en ik, maar waren elkaar op weg naar beneden, kwijtgeraakt.
Ik deed verheugd en verrast, ook om mijn verwarring te ontkennen. Mond vol as. Hoofd vol schuim.
Het was alsof die dag zichzelf verzonnen had in een toneelstuk waarin de rollen nog niet waren verdeeld, zelfs niet geschreven. De acteurs kenden elkaar, hetzij oppervlakkig, hetzij uit een verwaterd contact. Ze tastten elkaar af. Hoe gaat het met je? (2x) Goed.(2x) Dat bijna gelijktijdig.
Andere woorden waren te groot geworden. Een tekst die door de voorgaande keren heen wel honderden malen werd gerepeteerd, werd vermeden in het daadwerkelijke moment. Elk woord woog, er mocht geen angst, geen liefde en geen verwijt in doorklinken. En vooral geen verleden. Elke aarzeling ging niet verder dan: Hoe gaat het met je?
Ik struikelde over een wanhopige tong die in alle toonaarden zweeg om elke emotie te dempen. Als hij een deur had die hij dicht kon doen, barricadeerde hij die met zorgvuldig dichtgetimmerde latten en maakte de ramen onzichtbaar. Hij liet zijn rug al doorschemeren in een halve draai. Hij had me gezien, dat was genoeg.
Ik had ontelbare malen gedroomd dat ik hem in een verouderd krantenbericht had gevonden. Een onaanraakbare dood, al begraven. Hij stierf zichzelf langzaam uit in drank terwijl hij zich voor jaren spoorloos uit de voeten maakte tot hij weer ergens opdook en alleen het toeval voor een kleine ontmoeting zorgde. Want meer was het nooit. Maar nu leefde hij weer even voor me in een scenario van twee zinnen. Hoe gaat het met je? Goed.

Di Storia 'Timelapse'  Soli 2013

Verdwaasd geluk

Di Storia, Tijd, Soli

In de stad waar ik een vreemde ben,
sjouw ik het bekende –  niet het vertrouwde  –
zie ik de man in de bus,
vervreemd van wie hij vroeger was.

Hij sleept zijn leven in een tas,
kijkt naar zijn stad  –  de straten
die de bus aandoet  –
en vraagt blijmoedig waar ik woon.

Er is verdwaasd geluk voor nodig
denk ik; een zekere weemoed
om een hoek die niet wil komen
en wat er wordt vergeten,

maakt dat geen dag meer langer wordt,
het slepen maar zo kort. Och, de tijd:
hij maakt ons onverhoopt verloren
en in de grond gelijk.


ds


Levenskunst

Di Storia Wiel Soli

Zijn dag verpakt in plastic zakken;
op zijn schoot ligt schroefdopwijn
en een halve leverworst. Het is koud
in de kraag van mijn jas.

Hij zingt de kilte stuk, beweegt zich
in een rijdende stoel: met een been,
het andere blokkeert. In een struikelende twist
is hij de bewonderenswaardige optimist.

Loop door, sist mijn oma in mijn oor:
Als je kijkt, willen ze geld of jatten
je horloge
, en ik voel mijn verzet
terwijl ik haar terug het graf induw.

Hij steekt zijn borst vooruit, galmt
de stenen uit de muren.
Mijn wrevel heeft hij al gerold,
verkoopt hem waar ik vrolijk bijsta.


ds