Een concept van toeval

di-storia-regenraam-solidianne

Er is nog een plekje vrij. Een drukbevolkte trein. Tegenover de plaats waar ik inschuif, leest een man een boek. Hij kijkt even op voordat hij weer zijn letters zoekt.
Ik kijk naar buiten. Loodgrijze lucht. Een miezerige regen heeft zich aan jassen vastgeklampt. Het ruikt bedompt. Het tl-licht in de trein spiegelt in het raam alsof het zonlicht oproept en waar het langsglijdende landschap een glimp van opvangt.
De man met het boek tegenover mij praat in zichzelf. Onverstaanbare zinnen.
Misschien herhaalt hij de zinnen uit het boek, isoleert ze met zijn stem om ze in zijn hoofd te kunnen bewaren.
Naast hem staat een bruingebloemde reistas die zijn beste tijd heeft gehad. De stof is vaal en rijmt niet met de chiquere uitstraling van de eigenaar: zwart pak, een betere snit, wit overhemd, met nonchalant de bovenste twee knopen open. Maar op de pijpen van zijn pantalon zitten ondefinieerbare doffe plekken. Ze lijken op de snotvlekken op de mouwen van mijn kind.
Dan trilt mijn telefoon. Een nieuw bericht: Goede reis en veel plezier, hou van jou. x
Ik glimlach.
Hij prijst zich gelukkig, zegt de man tegenover mij. Ik kijk hem perplex aan, maar hij laat mijn blik onbeantwoord, verdiept in zijn boek. Toeval dat hij net zo’n opmerking plaatst, alleen niet tegen mij.
Jawel, zegt de man, niet tegen mij: Het toeval bestaat niet.
Alsof hij zijn woorden kracht wil bijzetten, tikt hij met zijn schoenen op de vloer. De bruine leren neuzen raken mijn tenen. Ongemakkelijk verplaats ik mijn voeten. De lezende man schijnt mij niet op te merken. Of doet alsof.
Ik lach verbijsterd en schuif mijn telefoon open om het bericht te beantwoorden en te vertellen van de man tegenover mij. Ik kan het bericht niet meer vinden.
De man grinnikt en staat op. Snotvlekbenen en een vale tas wringen zich langs mijn peinzen.
Zijn boek is geopend blijven liggen.
Buiten breekt de zon door het grijs. De bladzijden lichten hagelwit op, onthutsend leeg…

ds

2009, Bird Nesting

Di Storia, Mist, Soli














  Maandag, eind september, uur of acht.
  Dichte ochtendmist, opgeroerde melk-
  wolken. Koffie, denk ik, gescheiden
  post doornemen. Stil zal het nog zijn.

  Op straat tikt blad dat ik straks
  met koffer thuis in draag,
  herfst komt wel binnen zo
  met druppelhuid, druppels ma
  op de agenda ⇆Ouderschap
  na schooltijd, tot vrijdag 18.00 uur.

  In de damp die later opstijgt
  door mijn open hand, kruipt
  uit de bank een kleurig bergje stof:
  de sjaal waaraan geroken wordt
  als ik er nog niet ben. Het mist

  in mij, in hen. Het wikkelt ons
  rondom.


  ds


  – Bird Nesting is een vorm van co-ouderschap waarbij de kinderen in het ouderlijk huis blijven en de ouders er beurtelings wonen.

Een bankje en een ander later

Di Storia, Bankje, Soli














  Op de tuinbank zit mijn opa, zijn ogen
  blik  – waar denkt hij aan?
  Hij morst met toen door dan en nu:
  het is verruild voor ander later.

  Op het gras ligt heim en wee, aan zijn voeten
  stopselsokken en rood doorschijnend snoeppapier.
  We maakten er gekleurde brillen van, die zomer:
  de reiger: een flamingo; een kuifmees: kardinaal.

  De vogels zijn geen vogels meer, maar vleugels
  zonder naam. Het kind is uitgevlogen, keert
  soms terug; dan fluit hij het moment
  dat ik vergeten ben.


ds

Letters in de sneeuw

Di Storia, Letters in de sneeuw, Soli













  Als het raam de sneeuw binnenhaalt
  je de muren wit wilt schilderen, kristallen
  vlokken in de lucht, ga je gewoon maar zitten
  buiten uit je jas gedoken en wacht je op de hand
  die de sneeuw warm van je rug klopt.

  Er bloeit nog een roos, zie je
  en hoe het verlangen soms toch doorns heeft
  al is het nog zo bedekt. Licht
  aan de bovenkant. Daaronder groeit het
  woedt het zachtjes dicht.


  ds