Wind

 

Hallo, zei hij en tegen ieder die hij tegen liep: Hallo.
Sommigen gingen snel door, met geveinsde haast, tegen de wind in. Anderen glimlachten klein, nauwelijks zichtbaar. Hij fladderde breed in zijn mouwen alsof hij wilde omarmen; een lus slaan om een tot staand gebracht lichaam. Hij leek een vlieger in een te hoge straat.
De herkenning vloog over haar gezicht. Een herkenning in paniek. Ze draaide, besluiteloos, een kwartslag en weer terug. Hij had haar niet gezien, hij zwaaide tegen een omstander die hem bij zijn fladderende mouwen nam en hem zacht van zich afduwde. Ze liep langzaam van hem weg, bang om de vlieger kapot te trappen als ze er de pas in zou zetten. Vanachter glas zag ze hoe hij langs haar heen waaide. Morgen, misschien morgen.

Di Storia Eggs Soli

Liefde aan een hangslot



De brug hing er vol mee:
namen, data, hartjes op sloten, in alle maten en kleuren.
Op Wiki staat: ‘Bij de verering van Sint Raymundus Nonnatus brengen gelovigen hangsloten op het altaar aan om geheimen te beschermen en roddels te stoppen’, maar hier wordt iets anders bedoeld en, dat staat ook op Wikipedia: die traditie begon in de Hongaarse stad Pécs.
Je bezegelt namelijk je liefde door een hangslot aan een brugreling of een hek vast te maken.

Liefde aan een hangslot.

Als je je liefde hebt verzegeld, gooi je de sleuteltjes weg want ware liefde gaat nooit meer los. Dat is althans de bedoeling.

Di Storia, De sleutelstjes, Soli














De sleuteltjes vonden we per toeval, heus waar, op een bloemenmarkt verderop.


ds


De foto’s zijn van de Pont Notre Dame in Parijs.
(1 mei 2012)

Josephine


Soms voel je iets in je bewegen bij het zien van een onbekend graf. Bij mij was dat bij de witte tombe waarin Joséphine Verazzi-Faniel begraven ligt: de verbeelding van de dood in al zijn dramatiek. Naast het feit dat ik de sculptuur van de beeldhouwer Andrea Malfatti mooi vond, ontroerde me de verstilde beeltenis van de liggende vrouw en het kind dat zich, op zijn knietjes, over haar heen buigt.
Fu sposa e madre modello, zij was een modelvrouw en moeder, staat er in de steen te lezen.

Di Storia, Graftombe, Soli













Het gezicht van de vrouw, maar vooral het gezicht van het kind, is door erosie en vervuiling erg verweerd.

De tijd maakt veel kwijt maar soms is er nog iets van terug te vinden. Na wat zoeken vond ik tot mijn verrassing iets van Joséphines leven in deze bron: de ‘Biografie van het leven van Pietro Verazzi Cavaliero,vice-president van de Italiaanse Kamer van Koophandel in Parijs’.
Als ik naar hem had gezocht had ik veel gevonden.

Joséphine Francoise Faniel is dertig jaar oud als ze de Italiaanse Pietro Verazzi ontmoet. Hij is, na jarenlange omzwervingen (Frankrijk, Italië, Argentinië) in verschillende beroepen, inkoper van goederen en schepen, en reist om die reden vaak naar Parijs. Zijn echtgenote is het jaar daarvoor, tijdens zo’n reis, gestorven in Buenos Aires dat door de gele koorts wordt geteisterd (1871).
In 1872, tijdens een treinreis van Parijs naar Milaan, ontmoet hij de Franse Joséphine (uit Grenoble). Ze trouwen in Parijs. Pietro geeft zijn broer de opdracht om een huis met zes kamers te bouwen op de fundering van een oud huis van zijn ouders in Caprezzo, maar pas na vijf jaar, in 1877, krijgen ze een dochter, Aimée Marie Ritta, die in Parijs geboren wordt.

Aimée is twee jaar als Joséphine in november 1879 overlijdt, in de leeftijd van zevenendertig jaar. Voor ze sterft vraagt ze Pietro te trouwen met de Caprese Marianna die daardoor de zorg voor dochter Aimée op zich kan nemen. Pietro vervult Joséphines wens nog in datzelfde jaar door met Marianna te trouwen en ze gaan met Aimée terug naar Parijs.

Aimée werd zevenenzeventig jaar (1954, Parijs) en ligt in hetzelfde graf begraven als haar moeder; waarin ook haar stiefmoeder en de familie Verazzi is bijgelegd.

Di Storia, Graftombe, voetjes, Soli
















ds

Bron:http://bruno.verazzi.pagesperso-orange.fr/histoire.htm
Foto’s: Soli, Begraafplaats Père-Lachaise, 2012