Overjas

  De opgevouwen zware jas
  lijkt op een groot zwart dier dat slaapt;
  zo zacht streelt het een stille huid,
  het haakje dat mij in een tijd omsluit,
  de warmte is van haar.

  Ik wil niet denken aan wat hij ooit
  eerder is geweest, maar dat hij kou
  verdrijft, de kalmte waar je in kunt kruipen
  en hoe ik hem, nooit met feiten,
  op zieke lijfjes heb gevlijd.

  Al oud, het misdrijf is verjaard.
  Al dood, haar trotse rijkdom vol met gaten.
  Hoe het ligt met armen
  die je om je heen kunt slaan, de troost
  maakt dat ik ondraaglijk heb bewaard.


  ds 2014
Di Storia Haakje Soli 2014


Spiegel van ogen



   Op de draagwijdte van wind
   jagen ze aan, rond
   de marmeren zerken
   waar – o ironie – de rouwvlieg
   danst in zijn zwartgazen hemd.
   Zo stil

   op deze plek waar
   achter oude muren goden
   met de doden bewegen.
   Het golfde over water
   ruiste in de bomen, fleerde
   in een laaghangend namiddaguur.

   Ik adem, luister hoe ik niet adem
   om het doodstil kijken
   naar het gebroken licht – het zwerft –
   een kiem van herinnering
   die zich wortelt in een ovaal portret,

   een spiegel van ogen.


   ds

Di Storia, Bibio marci, rouwvlieg, Soli