Een bankje en een ander later

Di Storia, Bankje, Soli














  Op de tuinbank zit mijn opa, zijn ogen
  blik  – waar denkt hij aan?
  Hij morst met toen door dan en nu:
  het is verruild voor ander later.

  Op het gras ligt heim en wee, aan zijn voeten
  stopselsokken en rood doorschijnend snoeppapier.
  We maakten er gekleurde brillen van, die zomer:
  de reiger: een flamingo; een kuifmees: kardinaal.

  De vogels zijn geen vogels meer, maar vleugels
  zonder naam. Het kind is uitgevlogen, keert
  soms terug; dan fluit hij het moment
  dat ik vergeten ben.


ds