Een Romein in de wei

De hitte is uit de zomer getrokken. Er staat een stevige bries die af en toe wat wolken voor de zon laat schuiven. Ik sta op een stoel met mijn hoofd in de vlinderstruik en probeer een distelvlinder te fotograferen terwijl daarnaast een oranje zandoogje is geland. Daar sta ik, wachtend tot de bloemtak even uit de wind is, vanwege de kleinste beweging die ik straks op mijn scherm terug zal zien.
Macro fotografie is geen goed idee in wind. Toch heb ik mooie foto’s kunnen maken, ondanks de wind en dat zal me nu vast weer lukken. Wachten op het juiste moment. Ik ben niet bang dat de vlinders weg zullen vliegen. Ze komen altijd terug. De namiddag is de beste tijd, ook voor mij: de drukte van de dag grotendeels voorbij. En de vlinderstruik in topdrukte. En zo sta ik onbeweeglijk op een stoel met mijn hoofd in de wind en zie twee parende vliegen. Onverstoorbaar in mijn aanwezigheid.

Di Storia, groene vliegen, Soli

Ik sta op een boomstam in de wind en wacht tot ik tot stilstand kom, denk ik. Beter dan een stoel waarop ik ogenschijnlijk rustig sta en mijn gedachten probeer te verzetten want binnenin stormt het chaos en het legt me bijna lam. Op een boomstam, die ik me rechtop voorstel, is het balanceren.
Ik ben twee stappen, nee, drie met een afstap, van mijn deur verwijderd. In een andere wereld.

Vroeger lag er weer een andere wereld in een grote wei met kuilen. Een straat verder en ik was er al, heel erg ver van huis. ’s Morgens pakte ik mijn bezit bij elkaar: een scherpe vuursteen om takken mee af te krabben, een beugelfles die ik met water vulde en wat appels. Meer had ik niet nodig. Ik propte alles onder mijn kleren. Niemand hoefde te weten dat ik wegging. Het liefst had ik alles in een grote boerenzakdoek geknoopt, aan het uiteinde van een stok, maar dat zou opvallen. Dan werd ik nagekeken en zou mijn andere wereld niet meer geheim zijn.
Het was een vlucht in een onzichtbare kuil, zo diep dat zelfs mijn hoofd verdween. Niemand kon erin kijken.
Iedereen laat iets achter, zei mijn oma altijd en daar bedoelde ze geen zichtbare sporen mee.
In mijn kuil liggen ontelbare gedachten waarvan ik er ook een hoop mee heb teruggenomen.
Ik was bang voor een oude Romein die daar zou rondwaren. Zijn graf was een lege kuil die niemand meer kon duiden als laatste rustplaats. Ik had de Romein nog nooit gezien maar ik had wel eens iets in mijn kuil gevonden dat op zijn aanwezigheid zou kunnen wijzen: een stukje van een helmbeslag. Maar toch voelde ik me veiliger in die kuil in de wei dan thuis, en in mijn hoofd kon niets gebeuren terwijl de Romein zijn ronde maakte en me af en toe een knipoog gaf om me te ontzien en mij zijn vertrouwen te geven. Want dat laatste gebeurde.
Mijn angst sijpelde in de grond en de chaos verdween alle kanten op, in de kuil. Er zijn nu huizen op gebouwd. En vlinderstruiken op geplant.
De vlinderstruik waar ik nu mijn hoofd in steek, is een zaailing die op een dag uit de lucht kwam vallen, tussen het zand en de stenen de kop opstak. Twee stappen van mijn deur en een stap naar een kuil; waaruit ik een Romein heb opgegraven die zijn knipogende ronde moet maken.

Di Storia Distelvlinder Soli 2013

Josephine


Soms voel je iets in je bewegen bij het zien van een onbekend graf. Bij mij was dat bij de witte tombe waarin Joséphine Verazzi-Faniel begraven ligt: de verbeelding van de dood in al zijn dramatiek. Naast het feit dat ik de sculptuur van de beeldhouwer Andrea Malfatti mooi vond, ontroerde me de verstilde beeltenis van de liggende vrouw en het kind dat zich, op zijn knietjes, over haar heen buigt.
Fu sposa e madre modello, zij was een modelvrouw en moeder, staat er in de steen te lezen.

Di Storia, Graftombe, Soli













Het gezicht van de vrouw, maar vooral het gezicht van het kind, is door erosie en vervuiling erg verweerd.

De tijd maakt veel kwijt maar soms is er nog iets van terug te vinden. Na wat zoeken vond ik tot mijn verrassing iets van Joséphines leven in deze bron: de ‘Biografie van het leven van Pietro Verazzi Cavaliero,vice-president van de Italiaanse Kamer van Koophandel in Parijs’.
Als ik naar hem had gezocht had ik veel gevonden.

Joséphine Francoise Faniel is dertig jaar oud als ze de Italiaanse Pietro Verazzi ontmoet. Hij is, na jarenlange omzwervingen (Frankrijk, Italië, Argentinië) in verschillende beroepen, inkoper van goederen en schepen, en reist om die reden vaak naar Parijs. Zijn echtgenote is het jaar daarvoor, tijdens zo’n reis, gestorven in Buenos Aires dat door de gele koorts wordt geteisterd (1871).
In 1872, tijdens een treinreis van Parijs naar Milaan, ontmoet hij de Franse Joséphine (uit Grenoble). Ze trouwen in Parijs. Pietro geeft zijn broer de opdracht om een huis met zes kamers te bouwen op de fundering van een oud huis van zijn ouders in Caprezzo, maar pas na vijf jaar, in 1877, krijgen ze een dochter, Aimée Marie Ritta, die in Parijs geboren wordt.

Aimée is twee jaar als Joséphine in november 1879 overlijdt, in de leeftijd van zevenendertig jaar. Voor ze sterft vraagt ze Pietro te trouwen met de Caprese Marianna die daardoor de zorg voor dochter Aimée op zich kan nemen. Pietro vervult Joséphines wens nog in datzelfde jaar door met Marianna te trouwen en ze gaan met Aimée terug naar Parijs.

Aimée werd zevenenzeventig jaar (1954, Parijs) en ligt in hetzelfde graf begraven als haar moeder; waarin ook haar stiefmoeder en de familie Verazzi is bijgelegd.

Di Storia, Graftombe, voetjes, Soli
















ds

Bron:http://bruno.verazzi.pagesperso-orange.fr/histoire.htm
Foto’s: Soli, Begraafplaats Père-Lachaise, 2012


Het gewapende graf van Oscar Wilde


Niets slaagt zo goed als overdaad, zei Oscar Wilde  (Dublin, 16 oktober 1854 – Parijs, 30 november 1900).
Het valt in elk geval goed op.

Di Storia, lipsticktombe Oscar Wilde, Soli













Het graf van Oscar Wilde, ontworpen door Jacob Epstein, is uitgegroeid tot een bedevaartsoord en werd, na eerst jarenlang ongeschonden te zijn geweest, beklad met graffiti. De nazaten van Wilde besloten daarop het graf tot historisch monument te laten uitroepen. Met succes.

Di Storia, Oscar Wilde, Soli













Ongeveer twaalf jaar geleden drukte iemand een gestifte zoen op de tombe en algauw werd het graf op Père-Lachaise overladen met kleurige kussen.

Di Storia, Tombe Oscar Wilde, Soli













Maar de dood kan niet wakker worden gekust en aan het overdadige eerbetoon, ging het graf bijna ten onder. De graftombe werd gerenoveerd en sinds de 111ste sterfdag van Oscar Wilde staat op armlengte een beschermende glazen wand om de tombe die naar hartenlust ‘bezoend’ en beschreven wordt.

Di Storia, Tombe Oscar Wilde a.k., Soli













Het graf gaat dicht; de wacht treedt aan; geen dode die herrijst. Uit: Panthea, Oscar Wilde.



ds


Foto’s: Père-Lachaise, mei 2012, Soli