Dun

Terwijl ik knoflook hakte, vroeg ik mij af of hij bang was om dood te gaan.
De blauw met witte ruiten op het plastic tafelkleed waren vervaagd door het zoute zweet van leunen en waar een schoonmaakdoekje te hard had gewreven. Niets was echt verdwenen, de ruiten alleen wat lichter. Ik vroeg me af of, als ik harder zou wrijven alles wit zou worden. En ik wreef de dunne plekken dunner, zette er lege kommen op, en zo bleef de vraag over of hij bang was om dood te gaan.
Ik wist het niet. Vragen was wrijven over de dunne plekken.

Di Storia Ruiten Soli 2014