Houvast

 

 Langs de monding van de Maas

 
Di Storia 'Stenen' Solidianne 1

  laat ik mij liggen bij een steen, die in het water niet verdwijnt, maar ingebed

 
Di Storia 'Stenen' Solidianne 2

  het natte grondvlak houdt, de scherpe zijde slijt. Gegroefd

 
Di Storia 'Stenen' Solidianne 3

  ligt hij op de oever van mijn hand, ontdaan

 
Di Storia 'Stenen' Solidianne 4

  van slijk en zand, voordat ik hem terugleg, in ondiep stromen

 
Di Storia 'Stenen' Solidianne 5

  en herhaalt herinnering zich door een klein bewegen

 
Di Storia 'Stenen' Solidianne 6

  voordat ze loslaat, naar het klare houvast

 
Di Storia 'Stenen' Solidianne 7

  op de bodem van gewichtloos kunnen zijn.

 
 
  Beeld en tekst: Soli. Dit gedicht is eerder geplaatst op het opgeheven Volkskrantblog en is in 2015 herschreven.
 

Mispoes

 Er ligt een kat op tafel, Loemel,
 en eentje op het matje bij de kast, Saar.
 En op het blauwe kussen
 trekt Juup zich snorrend uit.
 Er zit er een op de vensterbank, Dolfje,
 nee, twee, nog een achter de plant, Heks.
 Eentje rent de gekke vijf minuten, Leen.
 Een draaft de trap af en krabbelt, Zowie,
 aan de deur. En op de kop van de stoel voor het raam
 ligt languit Bink te geeuwen
 naar de merel in de tuin.

 Ze willen allemaal op de bank als wij daar zitten,
 wringen voor de beste plek. We moeten
 ‘meppen’ als we eten.
 Ze zijn soms met teveel.

 Maar sinds vorige week springt geen kat meer
 alle deuren open, ligt er geen
 voor de ondertiteling van de tv,
 is er geen die blauweplekkenkopjes geeft,
 is het leeg tussen Jets hondenpoten,
 ligt zij alleen in een zaligluie slaap:

 er is een kat dood, Mikkel,
 het voelt hier treurig stil.

Di Storia, Mikkel, Soli

Denken aan de zee

De afwasmachine draait. Ik luister naar de eerste toeren van de sproeier. Met een beetje fantasie spoelen golven aan op het strand. Ik hoor nu de vallende druppels op metaal. Maar ik denk aan de zee, en dat ik een hele tijd niet meer aan de kust ben geweest. En aan de eerste vakantie in De Panne, ik was net vier. De wereld was teruggebracht naar zand en zee en lag aan mijn voeten. Emmers vol. Later kwam Den Helder waar ik heel wat van mijn jeugd heb doorgebracht, op de pier met gezouten harde haarvlechten die pijnlijk mijn gezicht striemden. – De mooiste schelpen mee naar huis, samen met de mooiste stinkende krabbetjes in de warme achterbak van de auto – En heel veel later was ik met mijn bouwende en verzamelende kinderen in De Haan of Oostende. Maar eerder met mijn beste vrienden H. en G.  Uitwaaien. Herinneringen golven over me heen in een windstille duinpan.
Getik op de ruit. Mijn veertienjarige zoon onderbreekt mijn mijmering met twee onverwachte uren vrij. Hij is uitgelaten en lekker fris van het fietsen door een vroege koele ochtend. De zee is weggespoeld voor thee en mijn zoon rolt zich op in de bank, met zijn laptop. Zijn schoenen slingeren als altijd door de kamer, zonder zand zoals vroeger.
Ik schrijf in Word: Denken aan de zee. Dat eerst en dan gaan.

Di Storia Schelp Soli
 
  Onbekommerd

  Mijn kinderhanden spraken Frans
  daar aan het vreemde strand
  dat nog geen paar uur rijden was
  – maar wel heel ver want wagenziek –

  en aan zee golfde ik samen
  met een bal, kon ik mij verstaan als een vis;
  zo dreef ik op gejutte klank, zon
  nog in het oor van de coquille.

  Uit: Wat blijven zal, maakt ademloos
 

Pleisterplaats

  Het zijn haar handen, eilanden. 
  Pleisterplaatsen, waarop ik op een vinger 
  slenter. Ontdek, natrek. Zwerf 
  over donkeroude plekjes, 
  een doolhof van ragfijne lijnen, 
  de kalme rivieren die even geheimzinnig 
  verdwijnen bij het rugwaarts glijden. 

  Ik reis een leven lang 
  in de herinnering van haar huid 
  wissen haar sporen langzaam uit; 
  kruipt bloed waar het niet gaan kan 
  om op mijn handen 
  te verschijnen, samen 
  met een slenterkind. 

  ds© 

Di storia, Pleisterplaats, Soli 2014

 
 
 
 

Niet alleen

Di Storia Niet alleen Soli ©
  Zo te zitten in het oevergras
  en dat het zaad al barst in doffe plofjes,
  het breekt de ruis van riet

  en ik denk nog even niet
  aan wat er overstromen moet
  of wat zich uitvlakt
  achter hoge bomen.

  Als een dunne deken
  het land toedekt,
  blijf ik tot de regen valt,

  luister naar de taal van water.
  In mijn mond verdwijnen woorden,
  druppelt onrust uit mijn hoofd.

  Zo te zitten in het oevergras
  op deze plek, word ik bewust
  van armen om me heen.

  Niet alleen
  ontspannen ze een omheining,
  ze laten mij in doorgang schuilen.

  ds
 
 

Kussen met een vreemde

Er waart, sinds 10 maart, een video rond op de social media, een prachtig filmpje dat me enigszins ontroerde. Tatia PIlieva, een filmmaker, woonachtig in Los Angeles, bracht twintig mensen bij elkaar:
hoe kus je iemand die je niet kent of misschien wel kent maar nog nooit gezoend hebt. Je ziet de onwennigheid, de verlegenheid, het aftasten en uiteindelijk: De kus. Kussen met een vreemde. Mogelijk dat je daarna je andere weg vervolgt maar als je zoiets intiems hebt gedeeld, blijft er dan ook niet iets hangen van verliefdheid, verlangen?

Ooit heb ik kussen met een vreemde in een gedicht verwerkt. Ik was het gedicht vergeten. Totdat ik het beeldproject van Tatia PIlieva zag, en met mijn gedicht aan elkaar knoopte:

Aan de helpoort

Verleden waar ik in kruipen kan
of klimmen
als een poortwachter die de stad bewaakt:

wie of wat houd ik tegen
wanneer gisteren voorbijglijdt
langs de uitkijkpost (en duivenvleugels
fluiten in het overstijgen).

Ik laat mij niet verhinderen
terwijl ik over D’n Hiemel mijmer
die na de doorgang tevoorschijn komt
waar je dansen kan en ik licht van wijn
op hellende voeten
door de poort terugkeer.

Gekust voor het eerst; voor het laatst
met een vreemde die ik staande houd
in de luwte van de boog.

De Jeker bruist en kinderen
gooien brood als kogels.

ds