Torenkamer

Di Storia, Hakken in de regen, Soli











De kamer lijkt zo gewoon. Er staan bloemen in de vaas, er liggen koekjes in de schaal maar alle stoelen staan in een kring om de tafel.
Mijn familie druppelt binnen. Oma zit op de bank, een zakdoek voor haar gezicht.
Ik kijk naar mijn moeder die koffie schenkt. Haar lippen knijpen tot een witte streep. Buurvrouw komt me zo halen, had ze – kortaf – gezegd.

Je hebt niks aan verdriet, zegt oma: Je begrijpt er toch niks van.
Ik begrijp het ook niet. Opa is dood, zeggen ze, maar gisteren zette hij nog een vuursteentje in de kleine aansteker die ik uit de kauwgomballenautomaat had getrokken. Hij lag toen al op een groot wit kussen en ademde moeilijk. Hij leek zo klein. Nu is zijn adem op, zegt mijn moeder.
Ik houd mijn adem in; mijn borstkas spant zich aan. Kan adem opraken, zoals een ballon die langzaam leegloopt?
Er wordt gehuild. Ik kijk ernaar maar voel alleen maar pijn in mijn buik, schaam me dat ik geen tranen heb.
Op de trap, onder de kapstok waar de jassen als een grote berg over elkaar heen hangen, ga ik zitten. Mijn gezicht half onder het stof van opa’s mantel; oma nam hem mee, samen met zijn stok die tegen de muur van de gang staat.
Ik knipper hard met mijn wimpers, doe dan mijn ogen zo stijf dicht dat ze vochtig worden.
Ze knijpen in mijn wang, de voorbijgangers die mijn ooms en tantes zijn. Ik ben boos en ik wil geen troost.

Opa was een bouwer. Hij tekende huizen en kerken met stevige torens die tegen een stootje konden. Ik haal mijn blokkendoos tevoorschijn en bouw torens tot ze zo hoog zijn dat ze omvallen. Ik stop blokken in mijn sokken, als hoge hakken. Zo ben ik groot, zoals de anderen; nu zal ik het vast begrijpen, de dood.
Mijn voeten doen pijn, maar ik balanceer de kamer binnen. Dan verzwik ik mijn enkel, de blokken steken in mijn vlees. Ik verbijt mijn tranen.
Ach, zegt oma: Ik geloof dat het nu pas tot haar door begint te dringen.



ds


Het bijbehorende gedicht staat bij Jansma & Soli

Advertenties

3 thoughts on “Torenkamer

    • Dank je wel
      en op je vraag: dit was mijn eerste kennismaking met de dood. Geen idee had ik en nog steeds niet. Het blijft ongrijpbaar. Ondertussen heel wat verlies verder en misschien schrijf ik er wel over om te willen begrijpen of om mij te willen begrijpen met wat het mij doet. Het is wel een thema in mijn schrijven geworden.
      Zelf ben ik niet bang voor de dood, niet meer.

      Like

  1. Herkenbaar verhaaltje. Bang hoef je inderdaad niet te zijn. Doodgaan is immers de enige constante in een mensenleven. Dat besef helpt – soms – de leegte te verklaren en zo het gat op te vullen. Beetje bij beetje. Hoe lang het duurt alvorens het vol is weet niemand want de grootte is onpeilbaar. Een klein gaatje dat niet dicht geraakt deert niet want het laat je toe nog eens achterom te kijken om de goede dingen op te halen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s